Open brief VRA Mobiliteit

VLAAMSE RAAD VAN AUTOBUS- EN AUTOCARONDERNEMERS EN VAN REISORGANISATOREN

Open brief aan de Minister van Mobiliteit en Openbare werken en de leden van de Commissie Mobiliteit en Openbare werken van het Vlaams Parlement.

Haren, 02 juni 2015

Geachte Heer Minister Weyts,
Geachte Commissieleden Mobiliteit,
Dames, Heren,

Wij dragen graag bij aan het belangrijk debat dat momenteel wordt gevoerd in het Vlaams Parlement, maar ook in de pers, over basisbereikbaarheid en de toekomst van het collectief personenvervoer in Vlaanderen. Daarbij wordt o.a. de rol van De Lijn onder de loep genomen en als mogelijke piste privatisering van het openbaar vervoer naar voor geschoven.

Private operatoren

Privatisering van het openbaar vervoer in Vlaanderen is niet nieuw, want reeds bijna 100 jaar een feit. De oorsprong van het openbaar busvervoer gaat immers terug tot 1924 toen een privé-initiatief op eigen risico startte met het aanbieden van autobusdiensten. Sinds dan hebben Vlaamse KMO’s steeds een belangrijke, weliswaar operationele rol vervuld in het openbaar vervoersaanbod.

Als beroepsvereniging van de Belgische autobusondernemers vertegenwoordigen wij niet minder dan 88 Vlaamse private ondernemingen die in opdracht van De Lijn werken. Het is correct dat wij als operatoren meestal in de schaduw van de regisseur De Lijn opereren, maar in het huidig debat zijn wij van mening dat wij aan u, maar vooral ook aan de reiziger, onze identiteit moeten verduidelijken.

Lokaal gevestigde ondernemingen die elke dag met 3.000 professionele medewerkers en 1.400 bussen de lijnen in Vlaanderen verzorgen. In kilometers uitgedrukt, rijden wij 76.000.000 kms, of 44% van het regulier vervoer in Vlaanderen voor een globale jaarlijkse kost van € 278 miljoen voor De Lijn. Daarnaast worden er, elke schooldag, bijkomend 1.600 voertuigen ingezet om 37.000 leerlingen naar hun school, en veilig terug thuis te brengen. Als sector staan we voor jaarlijkse vervangingsinvesteringen van +/- € 25 miljoen.

Onze grootste troeven: onze flexibiliteit en onze terreinkennis, gekoppeld aan een sterke lokale betrokkenheid. Deze betrokkenheid stimuleert onze medewerkers en onze bedrijfsleiders om, elke dag opnieuw, onze uitvoerdersrol te optimaliseren en dit met respect voor sociale evenwichten.

Het Vlaamse vervoermodel

Niets heeft baat aan stilstand; in het kader van mobiliteit lijkt het meer dan een boutade. Het Vlaams model voor openbaar vervoer moet verder kunnen evolueren, maar het heeft zonder twijfel zijn sporen verdiend. Integratie van de verschillende modi met vlotte en comfortabele overstappen en een uniforme tarifering zijn immers de sleutel tot de toekomst. Coördinatie door De Lijn op bovenlokaal niveau, aan de reiziger aangepaste normering en afstemming met het treinaanbod zijn absoluut noodzakelijk voor een efficiënt aanbod.

Laat ons in het debat over privatisering zeer duidelijk zijn, wij zouden geen ondernemers zijn mochten we onze operationele rol niet uitgebreid willen zien. Kritische massa voor een kwalitatieve en rendabele balans in dienstverlening blijft immers een economische wetmatigheid, geldig voor elk van onze bedrijven. Maar we zijn er, op basis van onze lange en diepgaande ervaring, ook van overtuigd dat een regisseur/coördinator die zelf geen operationele rol speelt, zeer snel de noodzakelijke voeling met realiteit en marktevolutie mist, met een star beleid tot gevolg. De Lijn dient naast haar rol van coördinator dus best ook een deel van de uitvoering voor haar rekening nemen. Echter, het actief operationeel uitvoeren van openbaar personenvervoer in elk van de vier lagen, van kernnet tot in de landelijke gebieden, is en blijft onze vaste ambitie. Wij pleiten dus voor het Vlaamse model als hoeksteen voor een nieuw mobiliteitsbeleid en een grotere privatisering van de uitvoering van de operaties in een gereguleerd kader.

Terreinkennis

Met een grotere inspraak van gemeenten en lokale besturen beoogt men feitelijk een grotere inbreng van terreinkennis. Een domein waarin wijzelf ook een belangrijke rol te spelen hebben. Wij rijden immers waar De Lijn zelf niet rijdt, vooral in voorstedelijke en landelijke gebieden. De Lijn heeft terecht baat bij een operationeel overlegplatform waar gemeenten en lokale besturen hun inbreng geven, maar waarin onze terreinkennis zeker een meerwaarde zal bieden. Realiteit is dat niet elke gemeente of stad, op korte termijn, over voldoende mobiliteitservaring en deskundigheid kan beschikken.

Vraagafhankelijk vervoer

De grootste uitdaging voor de nieuwe oriëntatie naar vraagafhankelijkheid ligt zonder twijfel in de landelijke gebieden. Aangepaste concepten van personenvervoer, eventueel van deur tot halte, moeten verder worden ontwikkeld en uitgewerkt om de mobiliteitsuitdagingen aan te gaan. Alternatieven bieden zich zeker aan. Wat echter buiten elke discussie moet staan is het recht van de reiziger om te kunnen rekenen op een veilig, correct en vooral te vertrouwen vervoersmodus.

De professionele, opgeleide chauffeur, een veilig gespecifieerd voertuig en een gedefinieerde sociale en wettelijke omkadering zijn daartoe de fundamenten. Wij beschikken vandaag over professionele tandems van chauffeur en schoolbus die tijdens de dag, in het weekend en tijdens de schoolvakanties inzetbaar zijn in een vraagafhankelijk scenario, en dit aan een marginaal bijkomende kost. Daarenboven kan de ervaring van de belbus, ondanks de kritieken, evolutief worden ingeschakeld in een door een vraagplatform aangestuurde vervoersmodus. De nodige professionaliteit is vandaag dus reeds aanwezig op het terrein. Vanuit beide bestaande vormen kan een nieuw VAV concept opgebouwd worden, met aangepaste sociale en wettelijke omkadering. Wij zijn onmiddellijk bereid om de mogelijkheden verder uit te werken.

Identiteit van volwaardige partner

Met deze bijdrage tot het debat onderlijnen wij nogmaals, geachte Heer Minister, geachte Leden van de Commissie, onze identiteit van volwaardig partner van de Vlaamse overheid en de regisseur in het domein van het openbaar vervoer en in het formuleren en implementeren van oplossingen voor de mobiliteitsvraagstukken.

Contacten:
VRA Voorzitter Geregeld Vervoer - Luc Jullet
Afgevaardigde Bestuurder FBAA - Patrick Westelinck